Boekbespreking: Hersenschimmen

Bernlef : “Hersenschimmen” Uitgave/druk 1985, veertigste druk, 2000. Uitgever Querido, Uitgeverij BV; Amsterdam 160 blz.

Soort ziekte: Dementie

Over de schrijver: Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 te Sint Pancras. Zijn eerste werk, ‘Kokkels’ werd in 1960 uitgegeven. Bernlef is een pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Na zijn HBS werkte hij als vertaler en schreef hij recensies voor diverse kranten waaronder Het Parool. Bernlef heeft romans, gedichten en verhalen geschreven, maar is ook actief op het gebied van het toneel. Het werk van Bernlef is vele malen bekroond. In 1962 kreeg hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor zijn gedichtenbundel Morene (1961) en in 1964 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor zijn poëzie in “Dit verheugd verval” (1963). In 1984 werd zijn gehele oeuvre bekroond met de Constantijn Huygensprijs. Met zijn roman “Publiek geheim” (1987) verwierf hij de AKO-literatuurprijs en in 1994 kreeg hij de P.C. Hooft prijs voor zijn gehele oeuvre tot dan toe. In 1986 werd Bernlefs roman “Hersenschimmen” bewerkt voor toneel en opgevoerd door Toneelgroep Centrum en in 1988 werd deze roman verfilmd door Heddy Honigmann. (gebruikte bron voor de biografische gegevens over de auteur: De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren; http://www.dbnl.nl/tekst/bork001schr01/bork001schr01_0073.htm)

Soort egodocument/ boek: Roman “Hersenschimmen” is een roman die vertelt over de vergankelijkheid, maar wel een met een psychologische ‘knipoog’ naar het ziektebeeld van (beginnende) dementie.

Stijl: “Hersenschimmen” is geschreven in sobere taal. De zinsbouw is niet gecompliceerd en de woorden zijn eenvoudig. Naarmate het einde van het boek nadert worden de zinnen dan ook steeds korter. In het begin is er nog vrij veel dialoog, maar dit neemt af naarmate Maarten Klein meer in zichzelf keert. Zijn taal verbrokkelt en verzandt, wordt binnensmonds gemompel, brokjes tekst, met weinig samenhang. Het zijn korte, geïsoleerde impressies. De verbrokkeling van de geest zet zich voort in de verbrokkeling van de taal. De schrijver geeft op die wijze weer hoe, gelijk met de dementie, ook Maartens besef van taal en taalgebruik steeds verder achteruit gaat, tot op het laatst de taal is ‘weggeëbd’ en enkel nog het ‘zijn’ de enige vorm van bewustzijn is. Hersenschimmen is een ik-verhaal dat verteld wordt vanuit de persoon van Maarten Klein. Het verhaal is in chronologische volgorde van tijd, 7 dagen, opgebouwd maar zit ook vol met flashbacks die Maarten meer en meer beleeft naarmate zijn dementie verergert.

Korte samenvatting: Maarten Klein de hoofdpersoon van dit boek is Nederlander van geboorte maar hij woont al vele jaren met zijn vrouw in Amerika. Het boek begint als Maarten 71 jaar is en hij dementerend raakt. Maarten Klein woont samen met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, even ten noorden van Boston. In de jaren vijftig zijn ze uit Nederland naar Amerika geëmigreerd. Ze hebben twee kinderen: Kitty en Fred. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de IMCO, een instituut voor visserijonderzoek in Boston. Het eerste signaal daarvan is het verlies van zijn gevoel voor tijd. Hij verwart de dagen van de week en dat hindert hem maar hij weet zelf niet waar het door komt. Maarten valt steeds meer terug in zijn jeugd en in de taal van zijn jeugd. De Amerikaanse omgeving werkt dan ook meer vervreemdend dan een vertrouwde plaats die hij van jongs af aan kent. Al vijftig jaar is Maarten getrouwd met Vera. Zij krijgt heel wat te verduren, vooral omdat ze haar man als gelijkwaardige partner verliest. Als Vera met hem over zijn vergeetachtigheid praat zegt Maarten dat het door die lange rotwinter komt en dat daar een einde aan zal komen als het weer lente wordt. Maar Maarten piekert zelf ook over zijn vergeetachtigheid. Er is iets mis, maar hij weet niet precies wat. Hij betrapt zich erop dat hij hardop in zichzelf praat. Hij herkent in andere mensen personen uit het verleden herinnert zich niet meer wat hij gedaan heeft, raakt de weg kwijt. Steeds wordt de dementie van Maarten duidelijker herkenbaar en heviger. Vera kan hem tenslotte geen veilige omgeving meer geven. Ze is bij dokter Eardly geweest die haar heeft aangeraden met Maarten foto's te bekijken om de herinneringen weer op te halen. Dat gaat voor details van een verhaal bij een foto uit zijn jeugd goed, maar bij andere gebeurtenissen niet. Op een bezoek van dokter Eardly reageert Maarten niet echt. Daarna bedenkt Maarten angstig, woeden en machteloos dat hij zinnen soms eerst vanuit het Nederlands in het Engels moet vertalen voordat hij ze kan uitspreken en moeite heeft met het benoemen van voorwerpen. Hij denkt steeds meer dat het verleden het heden is, doet onverwachte dingen, verwart Vera met zijn moeder en zijn huis met dat van zijn grootouders. Bij het volgende bezoek van de dokter ziet Maarten hem als een tegenstander. Dan breekt de tijd aan dat hij naar een inrichting moet. Er dringen nog maar flarden van gebeurtenissen tot Maarten door. Het boek eindigt met een mededeling die hij nog wel opvangt, al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen..

Wat viel op: Opdracht: “…A touching dream to which we all are lulled. But wake from separately…” – Philip Larkin.

Net als anderen was ik na het lezen van dit boek erg onder de indruk van het verdriet dat veroorzaakt wordt, zowel bij een patiënt zelf als zijn/haar omgeving, Zowel in het begin als wanneer er meer aftakeling is. Dan is het voor de omgeving erger. Dit boek leert mensen inleven en zou op hulpverlenersopleidingen verplichte kost moeten zijn. Vergelijk het volgende citaat (en zo kwam ik er meer tegen): “Na het boek te hebben uitgelezen, was ik nog een aantal dagen hier een beetje beduusd van. Binnen mijn eigen familie heb ik een geval van dementie meegemaakt, het betrof toen mijn overgrootmoeder. In het begin haalde zij gebeurtenissen uit het verleden ‘door elkaar’. Dit was dan te bemerken wanneer ik met haar sprak. Niet lang voor haar overlijden was het zo dat zij de controle over sommige spierfuncties was verloren, zoals bijvoorbeeld het lopen of iets simpels als iemands hand willen pakken. In het boek gaat het bij Maarten Klein, de hoofdpersoon, net zo. De dementie begint bij Maarten bij herinneringen maar op het laatst is hij ook de controle over spieren en gevoel kwijt en raakt hij incontinent.”

Citaten: “Kan het zelf wel, moeder.’ ‘Noem mij geen moeder.’ ‘Hoe kom je erbij, Vera.’ Ik draai mij om, de klank Vera nog in mijn oren. Het kuiltje onder haar hals is diep en ingevallen, bijna zwart. Wat ziet ze er bijzonder uit vandaag. ‘Waar gaan we heen? We hoeven toch niet naar een verjaardag? We zijn pappa’s verjaardag toch niet vergeten, zoals verleden jaar? De stem door de telefoon. Ik kon wel door de grond zakken van schaamte. ‘Kom nu maar mee.’ ‘Waar gaan we heen, Vera? Gaan we uit? Je ziet er zo mooi uit. Is er iemand jarig vandaag? Als ik het vergeten ben moet je het wel zeggen hoor.’"

“‘Het komt door de sneeuw,’ zeg ik haastig, ‘die monotonie, als alles wit is om je heen vallen de verschillen weg. Ik verlang naar de lente, jij niet?’”

Op een gegeven moment vraagt Vera hoe Maarten zich voelt en wat er nu precies met hem aan de hand is. (pag. 71-72) “‘Zo voel je je?’ ‘Steeds minder juist.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Als een schip,’ zeg ik, ‘een zeilschip dat in een windstilte is terechtgekomen. En dan plotseling is er weer wat wind, vaar ik weer. Dan heeft de wereld weer vat op me en kan ik me weer bewegen.’ ‘Ik kan het me zo moeilijk voorstellen, Maarten. Ik zie helemaal niets aan je. Het is alsof je ergens naar kijkt, naar iets dat ik niet kan zien. Ben je bang op die momenten? Wat gebeurt er precies met je?’ ‘Ik weet het niet. Ik herinner het me niet. Alleen dat gevoel van plotselinge zwaarte, alsof ik overal doorheen zak en niets om me aan vast te grijpen.’”

 

Recensies:

Bij twee recensies van Literom: Bernlef raakt aan grenzen van de taal door Rob Vooren; Rob Vooren is erg prijzend over Bernlefs “Hersenschimmen”. Hij is van mening dat Bernlef veel te laat de Constantijn Huygensprijs heeft gewonnen voor zijn uitgebreide literaire oeuvre. Vooren vindt het boek een (bijna) geslaagde poging het onbeschrijfbare in taal uit te drukken. Hij besluit zijn recensie met: “En als woorden op zijn, is het vuur van het leven gedoofd, en buitengewoon knap geschreven boek voorgoed afgelopen. Aan Bernlef om de woorden te hervinden, hij is er rijk aan.”

Hans Vervoort: “Bernlef heeft een warm en levend portret gemaakt van een aardig mens op weg naar het niets.”